Overige theorie

De theorie die ik naast de aangeboden theorie van school heb gebruikt is een aflevering van beeld en geluid over het thema slapen en een artikel over de gevolgen van slaapproblemen bij jonge kinderen. Tevens zijn dit mijn vervangende opdrachten.

Katja’s bodyscan

In de serie bodyscan (te zien via beeld en geluid), ondergaat Katja een bodyscan. Tijdens de aflevering staat het thema slaap centraal.

Een aantal feitjes over slaap:
– Te weinig slaap is slecht voor het geheugen, concentratievermogen, spijsvertering en
humeur
– Te weinig slaap verkort de levensduur
– Over het algemeen slaapt een mens 30% van zijn leven
– Na ongeveer 7 minuten valt een gemiddeld persoon in slaap
– De Nederlander is gemiddeld de langste slaper, een Nederlander slaapt gemiddeld van 23:24 tot 07:17

In de aflevering komen verschillende professionals aanbod, Henk Jan Zwolle is daar een van. Hij is bewegingsfysioloog. Hij gaat Katja drie keer testen. De eerste test voert hij uit wanneer Katja uitgerust is. Tijdens de test staan er drie thema’s centraal, namelijk denken, onthouden en bewegen. Katja krijgt een opdracht: In de rode glazen doet ze water, in de blauwe glazen appelsap en in de groene glazen wijn, dan loopt ze over de balk (over het water) naar de overkant. Hier voert ze
opdracht uit en loopt ze terug over de balk naar de overkant. Tijdens de eerste test haalde Katja een 100% score, ze heeft de opdracht onthouden, uitgevoerd en is niet van de balk gevallen. Test twee is uitgevoerd nadat Katja 50 uur niet heeft geslapen. Test twee is Katja niet gelukt, tijdens het lopen over de balk verloor ze haar evenwicht en viel ze in het water. De laatste test heeft Katja uitgevoerd nadat ze een adrenalineboost heeft gehad, ze is hiervoor van een meters hoge duikplank
gesprongen. Test drie heeft Katja voor 67% goed uitgevoerd, haar concentratie tijdens het lopen over de balk was in orde, ze had wel nog moeite met het onthouden van de opdracht. De volgende professional is Kim Dekker van het slaapcentrum AMC, zij is een slaaponderzoeker. Zij onderzoekt wat een normale slaapcyclus is. 1,5 uur slapen betekend 1 volledig cyclus, de cylcus
bestaat uit een lichte slaap, een diepe slaap en een droomslaap (ook wel de REMslaap genoemd).
Een normale slaapcyclus bestaat uit 5X de cyclus, dit betekend een slaap van 7,5 uur.
Marijke Gordijn, chronobioloog van de rijks universiteit Groningen legt uit hoe het slaaphormoon melatonine werkt. Melatonine neemt toe wanneer iemand moe is en bepaald de biologische klok. De
biologische klok kan in strijd zijn met het dagelijks ritme, dit wordt een social jetleg genoemd. De biologische klok kan dan verstoord worden door het dagelijks ritme. Een voorbeeld is: Je wordt om
21:00 moe (biologische klok), maar je hebt om 21:15 afgesproken met vriendinnen op het terras, hierdoor ben je later thuis en ga je om 23:00 uur slapen. Volgens je biologisch klok zou je dan al in de tweede slaapcyclus liggen. Eus van Sommeren is psychofysioloog. Hij verteld dat een mens tot 12 nachten zonder slaap kan, daarna gaat een mens hallucineren. De eerste uren van de slaap zijn het belangrijkst voor de mens (een volledige cyclus), het brein zit dan in een andere toestand die niet meer bereikt wordt tijdens de slaapcyclus. Daarnaast verteld hij dat slaap ook goed is voor je geheugen. Als je voor het slapen iets
leest of leert herhaald dit zich tijdens je slaap waardoor je het de volgende dag beter weet.

De gevolgen van slaapproblemen voor kinderen

Welke gevolgen zijn er voor kinderen met slaapproblemen? En zijn deze er wel? Bij veel slaapproblemen is het slapen zelf heel normaal. Het gaat vooral om het moment van slapen en de duur van de slaap, waardoor er problemen kunnen ontstaan in de omgeving van het kind. Een op de
twintig ouders (met een baby die veel huilt), zou iets schadelijks kunnen doen bij het kind, een voorbeeld hiervan is slaan.

Slaapproblemen en kindermishandeling
Als je hoort over kindermishandeling kun je al snel denken: wie doet zoiets? In 90% van de gevallen is het antwoord op die vraag: een ouder die uit machteloosheid veel te kwaad is op het kind. Slaapproblemen bij het kind is hier een voorbeeld van. Vaak vind het niet slapen van een kind plaats wanneer de ouder zelf wel slaapt (tot rust komt). De ouder heeft dan weinig macht over de situatie.

Zuigelingen, peuters en kleuters

De hersenontwikkeling:

De eerste drie maanden zijn de hersenen volop in ontwikkeling, daarna tot aan het begin van de volwassenheid gaat dit op een rustiger tempo. Wat wel belangrijk is voor de ontwikkeling van de hersenen is de REM-slaap. Bij jonge kinderen is er nog geen sprake van een REM-slaap, maar de
actieve slaap die dezelfde functie vervult. In de eerste drie maanden slapen baby’s juist veel, wanneer de hersenen zich op een rustiger tempo gaan ontwikkelen zal ook de behoefte aan slaap verminderen. Problematisch wordt het pas wanneer kinderen opgroeien onder extremen
omstandigheden, voorbeelden daarvan zijn: geen afstemming op behoefte, geen ritme, oorlog, ernstige natuurrampen, een kind dat verwaarloos of mishandeld wordt.

Groei:

Tijdens het slapen wordt het groeihormoon gevormd. Bij kinderen die slecht slapen (bijvoorbeeld door benauwdheid) wordt er soms een achterstand gezien van de groei. De groei verbeterd zich dan zodra de benauwdheid is weggenomen. Ook kan de groeiachterstand komen door de vermindering van eetlust. Dit kan weer een gevolg zijn van slecht slapen door benauwdheid.

Hechting:

Kinderen die zich veilig voelen bij de ouders/opvoeders en die het vertrouwen hebben ontwikkeld dat zij in geval van nood door hun ouders/opvoeders zullen worden beschermd, worden veilig gehecht genoemd. Dit is een goede basis voor de verdere ontwikkeling van het kind. Kinderen die zich onveilig voelen, doordat ze deze zorg niet hebben gekregen, durven er niet op te vertrouwen dat de ouders/opvoeders ze beschermd in geval van nood. Kinderen kunnen dan ongewoon zelfredzaam worden, doen geen beroep meer op ouders. Andere kinderen worden juist extra onzeker, blijven bij angstige gevallen juist in de buurt van de ouders/opvoeders en ontwikkelen zo scheidingsangst. De laatste groep heeft door die scheidingsangst vaak ook problemen van slapen.

Druk gedrag:

Een normale reactie op slaapgebrek is het te kort inhalen, zodra hier de gelegenheid voor is. Bij
volwassen is dit tijdens de periode van lichamelijke rust. Bij kinderen gebeurt dit ook, maar zij zijn uit
zichzelf geneigd tot passiviteit en de natuurlijke drang tot activiteit. En dit staat haaks op de behoefte
om slaap in te halen. Dit maakt ook dat kinderen met slaapgebrek juist druk worden, doordat ze
enerzijds moeite hebben zich rustig te concentreren en anderzijds toch in de weer willen zijn.

Gevolgen daarvan zijn: prikkelbaar, humeurig, maar ook druk gedrag en concentratieproblemen.
Deze verschijnselen komen overeen met de symptomen van ADHD, dit kan veroorzaakt worden door
het chronisch slaapgebrek.

Schoolleeftijd

In- en doorslaapproblemen bij schoolgaande kinderen kan wel tot een gebrek aan slaap leiden. Zij zijn niet meer instaat om de slaap gedurende de dag in te halen. De gevolgen zij hetzelfde als bij de peuter en kleuter alleen hebben ze nu meer impact, omdat de kinderen juist wel naar school gaan.

Leerproblemen:

Er is gebleken dat minder en slechter slapen samenhangt met het functioneren op school. Uit zowel Amerikaans als Nederlands onderzoek blijkt dat meer slaap leidt tot betere prestaties. Naast slechtere cijfers op school heeft het ook invloed op de zelfwaardering van het kind, dit kan leiden tot depressieve verschijnselen.

Adolescentie

Bij adolescenten komt slaapgebrek veel vaker voor dan bij kinderen. Dit kan leiden tot schoolverzuim of wanneer de jongere wel naar school gaat kan het leiden tot minder goed opletten of onder eigen kunnen presteren. Op middelbare scholen is al regelmatig vastgesteld dat de jongeren met
gemiddeld hogere cijfers, eerder naar bed gaan en eerder opstaan.

Veilig slapen

Als je slaapt ben je weerloos, doordat je veel minder opmerkt vanuit de omgeving. Slapen lukt pas wanneer je je veilig voelt. Kinderen durven pas te slapen wanneer ze weten dat ouders/opvoeders in huis zijn. Wanneer een kind zich niet veilig voelt kan dit leiden tot slaapproblemen.

Tips om je baby en peuter veilig te laten slapen:
– Een baby slaapt het veiligst op de rug
– Maak geen gebruik van dekbedjes, deze zijn te warm en kunnen gemakkelijk losraken
– De aanbevolen slaapkamertempratuur is 15 á 18 graden
– Let goed op: krijg jij het zelf benauwd (door het weer, deken of kamertempratuur), dan
geld dit ook voor je kind
– Gebruik in de wieg of het bedje geen zachte materialen (zacht matras, kussens, dekbedje)
dit kan de ademhaling belemmeren
– Vanaf de geboorte is nabijheid van belang, het bevordert de band tussen ouder en kind.
Het schept ook veiligheid. Als het kan laat je baby de eerste zes maanden bij jou op de
slaapkamer slapen.
– Slaap niet met je baby in één bed ( de eerste vier maanden)
– Rook niet tijdens de zwangerschap en daarna, dit kan het risico op wiegendood verhogen,
maar ook levenslange gezondheidsschade
– Bij het geven van borstvoeding, vermijdt geneesmiddelen. Deze kunnen een kind te diep
laten slapen
– Geef en een baby geen honing, hier kan voor de baby een levensgevaarlijke bacterie
inzitten
– Baby’s zijn gevoelig voor de verstoring van rust, een verstoorde slaap kan een gevolg zijn.

Boer, F. (2010) Als je kind moeilijk slaapt: de gevolgen van slaapproblemen bij kinderen. Bohn Stafleu van Loghum, onderdeel van Springer.